Naar de inhoud

exporteren

goederen naar het buitenland uitvoeren

exporteren

werkwoord

Betekenis

  1. goederen naar het buitenland uitvoeren
  2. uitvoeren van gegevens uit een informatiesysteem zodat ze geschikt zijn om in een ander informatiesysteem te worden geïmporteerd

Vervoeging van exporteren

exporterenhele werkwoord — exporteerdeverleden tijd enkelvoud — exporteerdenverleden tijd meervoud — geëxporteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik exporteer exporteerde
jij exporteert exporteerde
hij, zij, het exporteert exporteerde
wij exporteren exporteerden
jullie exporteren exporteerden
zij exporteren exporteerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geëxporteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëxporteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëxporteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëxporteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëxporteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëxporteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëxporteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëxporteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
exporteer gebiedende wijs
exporteerde verleden tijd
exportere aanvoegende wijs
exporterend onvoltooid, deelwoord
geëxporteerd verleden tijd, deelwoord
geëxporteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëxporteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëxporteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëxporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëxporteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëxporteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëxporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëxporteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëxporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëxporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxporteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëxporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëxporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëxporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëxporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëxporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te exporteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëxporteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen exporteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal exporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal exporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal exporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëxporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëxporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëxporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou exporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou exporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou exporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëxporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëxporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëxporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden exporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden exporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden exporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëxporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëxporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëxporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt exporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëxporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen exporteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen exporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen exporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen exporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëxporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëxporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëxporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult exporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëxporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘uitvoeren’ voor het eerst aangetroffen in 1808

Woordfamilie van exporteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
exporteer gebiedende wijs exporteren
exporteerde verleden tijd exporteren
exporteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon exporteren
exporteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon exporteren
exportere aanvoegende wijs exporteren
exporterend onvoltooid deelwoord exporteren
exporterende woordvorm exporteren
geëxporteerd voltooid deelwoord exporteren
geëxporteerde woordvorm exporteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van exporteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over exporteren

Wat is de betekenis van exporteren?
Exporteren is een werkwoord. De betekenis is: goederen naar het buitenland uitvoeren. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik exporteren?
Zo vervoeg je exporteren zo: de tegenwoordige tijd is exporteer, de verleden tijd is exporteerde en het voltooid deelwoord is geëxporteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord exporteren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. X 8
  3. P 3
  4. O 1
  5. R 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

exporteren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 117 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. X 8
  3. P 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 117 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (X) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

exporteren in het kort

exporteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van exporteren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort exporteren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

exporteren: goederen naar het buitenland uitvoeren
Deel exporteren — standaardnederlands.nl