mei
zelfstandig naamwoord mɛiBetekenis
- de vijfde maand van het jaar.
- van mij (genitief van de eerste persoon enkelvoud van ego)
- van mijn (genitief mannelijk enkelvoud van meus)
- van mijn (genitief onzijdig enkelvoud van meus)
- van mijn (nominatief mannelijk meervoud van meus)
- van mijn (vocatief mannelijk enkelvoud van meus)
Hoe spreek je mei uit?
/mɛi/
Mei bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛi | trein |
zelfstandig naamwoord — masculine
- de vijfde maand van het jaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| meien | meervoud |
| meitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| meitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vijfde maand’ voor het eerst aangetroffen in 1270
Woordfamilie van mei
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meien | meervoud | mei |
| meitje | verkleinwoord | mei |
| meitjes | verkleinwoord meervoud | mei |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mei zijn vastgelegd.