makelaardij
zelfstandig naamwoord ˌmakəlarˈdɛiBetekenis
- bemiddeling bij de koop en verkoop van onroerend goed
- een bedrijf dat 1 als dienst aanbiedt
Hoe spreek je makelaardij uit?
/ˌmakəlarˈdɛi/
Makelaardij bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| r | rood |
| d | dak |
| ɛi | trein |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- een bedrijf dat [1] als dienst aanbiedt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| makelaardijen | meervoud |
| makelaardijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| makelaardijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van makelaar met het achtervoegsel -ij en een onder invloed van woorden als voogdij en koopvaardij tussengevoegde d-klank
Woordfamilie van makelaardij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| makelaardijen | meervoud | makelaardij |
| makelaardijtje | verkleinwoord | makelaardij |
| makelaardijtjes | verkleinwoord meervoud | makelaardij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van makelaardij zijn vastgelegd.