zij
persoonlijk voornaamwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord zɛiBetekenis
- 3e persoon enkelvoud vrouwelijk,
- 3e persoon meervoud,
- één van beide kanten van een lichaam.
- zijde, zijden stof
- vrouwelijk individu
- aanvoegende wijs tegenwoordige tijd enkelvoud van zijn.
Hoe spreek je zij uit?
/zɛi/
Zij bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɛi | trein |
Klinkt hetzelfde als zei.
persoonlijk voornaamwoord — person
- 3e persoon enkelvoud vrouwelijk, nominatief
- 3e persoon meervoud, nominatief
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een van beide kanten van een lichaam.
- richting, of onderdeel dat in een richting te vinden is obsolete
- zachte, gladde stof gemaakt van cocons van de zijderups
Vervoeging van zij
zijhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [C] zij | canonical |
Woordfamilie van zij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zijtje | woordvorm | zij |
| zijtjes | meervoud | zij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zij zijn vastgelegd.