verzekeringsmaatschappij
zelfstandig naamwoord vərˈzekərɪŋsˌmatsxɑˌpɛiBetekenis
- een bedrijf dat verzekeringen aanbiedt
Hoe spreek je verzekeringsmaatschappij uit?
/vərˈzekərɪŋsˌmatsxɑˌpɛi/
Verzekeringsmaatschappij bestaat uit zeven lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| z | zon |
| e | veel |
| k | kat |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| m | maan |
| a | maan |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- een bedrijf dat verzekeringen [1] aanbiedt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verzekeringsmaatschappijen | meervoud |
| verzekeringsmaatschappijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verzekeringsmaatschappijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van verzekering en maatschappij met het invoegsel -s-
Woordfamilie van verzekeringsmaatschappij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzekeringsmaatschappijen | meervoud | verzekeringsmaatschappij |
| verzekeringsmaatschappijtje | verkleinwoord | verzekeringsmaatschappij |
| verzekeringsmaatschappijtjes | verkleinwoord meervoud | verzekeringsmaatschappij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzekeringsmaatschappij zijn vastgelegd.