bifocaal
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- in het bezit van twee brandpunten
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bifocaals | partitief, stellende trap |
| bifocale | verbogen, stellende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘met twee brandpunten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1949
Woordfamilie van bifocaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bifocaals | partitive, positive | bifocaal |
| bifocale | verbogen vorm | bifocaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bifocaal zijn vastgelegd.