bevelvoerder
zelfstandig naamwoord bə'vɛlvurdərBetekenis
- iemand die de leiding heeft in een sterk hiërarchische omgeving waar bevelen kunnen worden uitgedeeld
Hoe spreek je bevelvoerder uit?
/bəˈvɛlvurdər/
Bevelvoerder bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| v | vis |
| ɛ | bed |
| l | land |
| u | boek |
| r | rood |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bevelvoerders | meervoud |
Herkomst
Samenstellende afleiding van bevel en de stam van voeren met het achtervoegsel -der
Woordfamilie van bevelvoerder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bevelvoerders | meervoud | bevelvoerder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevelvoerder zijn vastgelegd.