Naar de inhoud

transcriberen

overschrijven, overbrengen in een andere vorm

transcriberen

werkwoord

Betekenis

  1. overschrijven, overbrengen in een andere vorm

Vervoeging van transcriberen

transcriberenhele werkwoord — transcribeerdeverleden tijd enkelvoud — transcribeerdenverleden tijd meervoud — getranscribeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik transcribeer transcribeerde
jij transcribeert transcribeerde
hij, zij, het transcribeert transcribeerde
wij transcriberen transcribeerden
jullie transcriberen transcribeerden
zij transcriberen transcribeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is getranscribeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getranscribeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getranscribeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getranscribeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getranscribeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getranscribeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getranscribeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getranscribeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getranscribeerd verleden tijd, deelwoord
getranscribeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getranscribeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getranscribeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getranscribeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
getranscribeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getranscribeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getranscribeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getranscribeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
getranscribeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
getranscribeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getranscribeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getranscribeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getranscribeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getranscribeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getranscribeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getranscribeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getranscribeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getranscribeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getranscribeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te transcriberen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen transcriberen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
transcribeer gebiedende wijs
transcribeerde verleden tijd
transcribere aanvoegende wijs
transcriberend onvoltooid, deelwoord
waart getranscribeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getranscribeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren getranscribeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getranscribeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was getranscribeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was getranscribeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was getranscribeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt getranscribeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal getranscribeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getranscribeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getranscribeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal getranscribeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getranscribeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt getranscribeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou getranscribeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getranscribeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getranscribeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getranscribeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getranscribeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getranscribeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getranscribeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getranscribeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getranscribeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getranscribeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getranscribeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getranscribeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getranscribeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getranscribeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getranscribeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getranscribeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getranscribeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getranscribeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getranscribeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getranscribeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen transcriberen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getranscribeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getranscribeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getranscribeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult transcriberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘overschrijven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1553

Woordfamilie van transcriberen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getranscribeerd voltooid deelwoord transcriberen
getranscribeerde woordvorm transcriberen
transcribeer gebiedende wijs transcriberen
transcribeerde verleden tijd transcriberen
transcribeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon transcriberen
transcribeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon transcriberen
transcribere aanvoegende wijs transcriberen
transcriberend onvoltooid deelwoord transcriberen
transcriberende woordvorm transcriberen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van transcriberen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over transcriberen

Wat betekent transcriberen?
Transcriberen is een werkwoord. Het woord betekent: overschrijven, overbrengen in een andere vorm.
Hoe vervoeg je transcriberen?
Je vervoegt transcriberen als volgt: de tegenwoordige tijd is transcribeer, de verleden tijd is transcribeerde en het voltooid deelwoord is getranscribeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord transcriberen is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. R 2
  3. A 1
  4. N 1
  5. S 2
  6. C 5
  7. R 2
  8. I 1
  9. B 3
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

transcriberen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. R 2
  3. A 1
  4. N 1
  5. S 2
  6. C 5
  7. R 2
  8. I 2
  9. B 4
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

transcriberen in het kort

transcriberen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van transcriberen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort transcriberen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

transcriberen: overschrijven, overbrengen in een andere vorm
Deel transcriberen — standaardnederlands.nl