verdwaald
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- niet meer weten waar men is en hoe men moet gaan, de weg kwijt zijn
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verdwaalde | verbogen, stellende trap |
| verdwaalder | onverbogen, vergrotende trap |
| verdwaaldere | verbogen, vergrotende trap |
| verdwaalders | partitief, vergrotende trap |
| verdwaalds | partitief, stellende trap |
| verdwaaldst | onverbogen, overtreffende trap |
| verdwaaldste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van verdwalen
Vervoeging van verdwaald
verdwaaldhele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van verdwalen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van verdwaald
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdwaalder | vergrotende trap | verdwaald |
| verdwaaldere | verbogen vergrotende trap | verdwaald |
| verdwaalders | partitieve vergrotende trap | verdwaald |
| verdwaalds | partitive, positive | verdwaald |
| verdwaaldst | uninflected, superlative | verdwaald |
| verdwaaldste | inflected, superlative | verdwaald |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdwaald zijn vastgelegd.