Naar de inhoud

aanhouden

staande houden

aanhouden

werkwoord ˈanhɑudə(n)

Betekenis

  1. staande houden
  2. arresteren
  3. in beslag nemen
  4. volhouden
  5. voortduren
  6. niet toewijzen, niet behandelen, uitstellen

Hoe spreek je aanhouden uit?

/ˈanhɑudən/

Aanhouden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanhɑudən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
h hoed
ɑu koud
d dak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanhouden

aanhoudenhele werkwoord — hield aanverleden tijd enkelvoud — hielden aanverleden tijd meervoud — aangehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou aan hield aan
jij houdt aan hield aan
hij, zij, het houdt aan hield aan
wij houden aan hielden aan
jullie houden aan hielden aan
zij houden aan hielden aan
Alle 148 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal houden bijzin, toekomende tijd
aan zou houden bijzin, voorwaardelijk
aan zouden houden bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
aan zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen houden bijzin, toekomende tijd
aan zult houden bijzin, toekomende tijd
aangehouden verleden tijd, deelwoord
aangehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanhield bijzin, verleden tijd
aanhielden bijzin, verleden tijd
aanhieldt bijzin, verleden tijd
aanhou bijzin, tegenwoordige tijd
aanhoud bijzin, tegenwoordige tijd
aanhoudend onvoltooid, deelwoord
aanhoudt bijzin, tegenwoordige tijd
ben aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield aan verleden tijd
hou aan gebiedende wijs
houd aan gebiedende wijs
is aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanhouden bijzin, toekomende tijd
zijn aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanhouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanhouden aan zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden aangehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanhouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanhouden bijzin, voorwaardelijk
zullen aangehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangehouden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en houden ww

Woordfamilie van aanhouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangehouden voltooid deelwoord aanhouden
aanhield subordinate-clause, verleden tijd aanhouden
aanhielden subordinate-clause, verleden tijd aanhouden
aanhou subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanhouden
aanhoud subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanhouden
aanhoude with-subordinate-clause aanhouden
aanhoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanhouden
hield aan verleden tijd aanhouden
hielden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanhouden
hieldt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon aanhouden
hou aan gebiedende wijs aanhouden
houd aan gebiedende wijs aanhouden
houde aan woordvorm aanhouden
houden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanhouden
houdt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanhouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanhouden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aanhouden

Hoe spreek ik aanhouden uit?
Zo spreek je aanhouden uit: /ˈanhɑudə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanhouden?
Aanhouden is een werkwoord. De betekenis is: staande houden. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanhouden?
Zo vervoeg je aanhouden zo: het voltooid deelwoord is aangehouden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanhouden is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. H 4
  5. O 1
  6. U 4
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanhouden levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. H 4
  5. O 1
  6. U 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanhouden in het kort

aanhouden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanhouden staan er 92 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanhouden bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanhouden: staande houden
Deel aanhouden — standaardnederlands.nl