historiciteit
zelfstandig naamwoord hɪsˌtorisiˈtɛitBetekenis
- het historisch (waargebeurd) zijn
Hoe spreek je historiciteit uit?
/hɪsˌtorisiˈtɛit/
Historiciteit bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| o | boot |
| r | rood |
| i | riet |
| ɛi | trein |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- historische echtheid, het historisch (waargebeurd) zijn (van verhalen) of echt bestaan hebben (van personen/voorwerpen/instituties)
- historische betrouwbaarheid (van verhalen), de mate waarin gegevens in een verhaal waarschijnlijk historisch accuraat zijn
- historische waarde (van bronnen), de mate waarin gegevens in bronnen kunnen worden gebruikt voor reconstructies van het verleden (bijvoorbeeld in de geschiedschrijving)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| historiciteiten | meervoud |
Herkomst
afgeleid van historisch met het achtervoegsel -iteit
Woordfamilie van historiciteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| historiciteiten | meervoud | historiciteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van historiciteit zijn vastgelegd.