datief
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈdatifBetekenis
- derde van de acht w:naamval|naamvallen van de w:Indo-Europese talen|Indo-Europese talen, voor een w:meewerkend voorwerp|meewerkend voorwerp. Voorbeeld: De datief van ik is mij of me: Je geeft mij/me een boek
- door de rechter benoemd, ingesteld of opgedragen
Hoe spreek je datief uit?
/ˈdatif/
Datief bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| a | maan |
| t | tak |
| i | riet |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- derde van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen, voor een meewerkend voorwerp. Voorbeeld: De datief van ik is mij of me: Je geeft mij/me een boek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| datiefje | verkleinwoord, enkelvoud |
| datiefjes | verkleinwoord, meervoud |
| datieven | meervoud |
Herkomst
van Latijn dativus **zn: in de betekenis van ‘derde naamval’ voor het eerst aangetroffen in 1633
Woordfamilie van datief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| datiefje | verkleinwoord | datief |
| datiefjes | verkleinwoord meervoud | datief |
| datiefs | woordvorm | datief |
| datieve | woordvorm | datief |
| datieven | meervoud | datief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van datief zijn vastgelegd.