Naar de inhoud

fietsbroek

strakke korte broek speciaal gemaakt om mee te fietsen vaak met een zeemleren versterking in het kruis.

fietsbroek

zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. strakke korte broek speciaal gemaakt om mee te fietsen vaak met een zeemleren versterking in het kruis.

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
fietsbroeken meervoud
fietsbroekje verkleinwoord, enkelvoud
fietsbroekjes verkleinwoord, meervoud

Herkomst

samenstelling van fiets ww en broek

Woordfamilie van fietsbroek

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fietsbroeken meervoud fietsbroek
fietsbroekje verkleinwoord fietsbroek
fietsbroekjes verkleinwoord meervoud fietsbroek

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fietsbroek zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over fietsbroek

Wat is de betekenis van fietsbroek?
Fietsbroek is een zelfstandig naamwoord. De betekenis is: strakke korte broek speciaal gemaakt om mee te fietsen vaak met een zeemleren versterking in het kruis.
Wat is het meervoud van fietsbroek?
Van fietsbroek geldt: het meervoud is fietsbroeken. De volledige verbuiging staat in de tabel op deze pagina.
Wat is het verkleinwoord van fietsbroek?
De verkleinvorm van fietsbroek is fietsbroekje, altijd met het lidwoord het. Het meervoud daarvan is fietsbroekjes.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord fietsbroek is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. I 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. B 3
  7. R 2
  8. O 1
  9. E 1
  10. K 3
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

fietsbroek levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. I 2
  3. E 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. B 4
  7. R 2
  8. O 1
  9. E 1
  10. K 3
  11. 22 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

fietsbroek in het kort

fietsbroek staat in dit woordenboek als zelfstandig naamwoord. Van fietsbroek staan er 3 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort fietsbroek bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

fietsbroek: strakke korte broek speciaal gemaakt om mee te fietsen vaak met een zeemleren versterking in het kruis.
Deel fietsbroek — standaardnederlands.nl