buitenband
zelfstandig naamwoordBetekenis
- open band om de eigenlijke luchtband (binnenband) bij voertuigen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buitenbanden | meervoud |
| buitenbandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| buitenbandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van buiten en band zn
Woordfamilie van buitenband
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buitenbanden | meervoud | buitenband |
| buitenbandje | verkleinwoord | buitenband |
| buitenbandjes | verkleinwoord meervoud | buitenband |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buitenband zijn vastgelegd.