Diets
eigennaam, bijvoeglijk naamwoord ditsBetekenis
- volkstaal uit het Germaanse dialectcontinuüm in de Lage Landen en Duitsland, in tegenstelling tot het Romaanse Latijn of Frans (Waals) dat door mensen met meer macht, rijkdom of opleiding werd gesproken
- overkoepelende term voor verschillende Middelnederlandse streektalen, o.m. Vlaamse, Brabantse en Limburgse (en later ook Hollandse), geschreven en gedrukt tussen 1200 en circa 1550.
- behorend tot het Middelnederlands
- (20e eeuw) betrekking hebbend op alle, historisch Nederlandstalige gebieden, omvattende Nederland, Vlaanderen, Luxemburg en Frans-Vlaanderen (het zgn. Dietsland).
Hoe spreek je Diets uit?
/dits/
Diets bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| t | tak |
| s | sok |
eigennaam — neuter
- volkstaal uit het West-Germaanse dialectcontinuüm in de Lage Landen en Duitsland, in tegenstelling tot het Romaanse Latijn of Frans (Waals) dat door mensen met meer macht, rijkdom of opleiding werd gesproken historical, linguistics
bijvoeglijk naamwoord
- betrekking hebbend op alle, historisch Nederlandstalige gebieden, omvattende Nederland, Vlaanderen, Luxemburg en Frans-Vlaanderen (het zgn. Dietsland).
Herkomst
geen meervoud van Middelnederlands dietsc, een afleiding van diet zn "volk", dus: "taal van het volk"; cognaat met Duits Deutsch en Engels Dutch
Woordfamilie van Diets
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Dietse | woordvorm | Diets |
| Dietser | woordvorm | Diets |
| Dietsere | woordvorm | Diets |
| Dietsers | woordvorm | Diets |
| Dietst | woordvorm | Diets |
| Dietste | woordvorm | Diets |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Diets zijn vastgelegd.