fietsbel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bel bestemd voor een fiets
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fietsbellen | meervoud |
| fietsbelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fietsbelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van fiets en bel
Woordfamilie van fietsbel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fietsbelletje | verkleinwoord | fietsbel |
| fietsbelletjes | verkleinwoord meervoud | fietsbel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fietsbel zijn vastgelegd.