jasbeschermer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- afscherming langs het achterwiel van een fiets ter bescherming van de kleding van de berijder
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jasbeschermers | meervoud |
| jasbeschermertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| jasbeschermertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van jas en beschermer
Woordfamilie van jasbeschermer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jasbeschermers | meervoud | jasbeschermer |
| jasbeschermertje | verkleinwoord | jasbeschermer |
| jasbeschermertjes | verkleinwoord meervoud | jasbeschermer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jasbeschermer zijn vastgelegd.