frame
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- dragende constructie, raamwerk
- een stilstaand beeld uit een bewegende film
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| framepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| framepjes | verkleinwoord, meervoud |
| frames | meervoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van framen
Vervoeging van frame
framehele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘raamwerk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1886
Woordfamilie van frame
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| framepje | verkleinwoord | frame |
| framepjes | verkleinwoord meervoud | frame |
| frames | meervoud | frame |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van frame zijn vastgelegd.