ketting
zelfstandig naamwoord ˈkɛtɪŋBetekenis
- een aaneengesloten reeks van gelijksoortige elementen, feiten, acties, gebeurtenissen etc.
- een stevige, maar buigzame verbinding van in elkaar grijpende ringen of achtvormige schakels
- een eindeloze band van schakels met rollen of haken, die over kettingwielen gespannen, kracht overbrengt
- een snoer bestaande uit een draad die door doorboorde kralen of andere voorwerpen gevoerd is
- schering, de rechte draden waartussen de inslag ingeweven wordt
Hoe spreek je ketting uit?
/ˈkɛtɪŋ/
Ketting bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kettingen | meervoud |
| kettinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kettinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘samenstel van schakels’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401
Woordfamilie van ketting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kettingen | meervoud | ketting |
| kettinkje | verkleinwoord | ketting |
| kettinkjes | verkleinwoord meervoud | ketting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ketting zijn vastgelegd.