handrem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- met de hand bediende rem
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| handremmen | meervoud |
| handremmetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| handremmetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van hand en rem
Woordfamilie van handrem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handremmen | meervoud | handrem |
| handremmetje | verkleinwoord | handrem |
| handremmetjes | verkleinwoord meervoud | handrem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handrem zijn vastgelegd.