achterlicht
zelfstandig naamwoord ˈɑxtərˌlɪxtBetekenis
- lamp(en) aan de achterkant van een voertuig (meestal rood gekleurd)
- roodharige, bakboordslicht, knipperbol, stoplicht, vuurtoren
Hoe spreek je achterlicht uit?
/ˈɑxtərˌlɪxt/
Achterlicht bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achterlichten | meervoud |
| achterlichtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| achterlichtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van achter en licht
Woordfamilie van achterlicht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achterlichten | meervoud | achterlicht |
| achterlichtje | verkleinwoord | achterlicht |
| achterlichtjes | verkleinwoord meervoud | achterlicht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achterlicht zijn vastgelegd.