waterfiets
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈwatərˌfitsBetekenis
- een vaartuig met een aandrijving zoals op fietsen waarmee men zich over het water kan voortbewegen door middel van het trappen op pedalen
Hoe spreek je waterfiets uit?
/ˈwatərˌfits/
Waterfiets bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| f | fiets |
| i | riet |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waterfietsen | meervoud |
| waterfietsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| waterfietsjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waterfietsen
- gebiedende wijs van waterfietsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waterfietsen
Vervoeging van waterfiets
waterfietshele werkwoord
Herkomst
samenstelling van water en fiets
Woordfamilie van waterfiets
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waterfietsje | verkleinwoord | waterfiets |
| waterfietsjes | verkleinwoord meervoud | waterfiets |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waterfiets zijn vastgelegd.