handvat
zelfstandig naamwoord ˈhɑntfɑtBetekenis
- handgreep, het deel van een voorwerp waarmee men het kan verplaatsen, optillen of anderszins hanteren
- lampetkan, kan met water om de handen te wassen
Hoe spreek je handvat uit?
/ˈhɑntfɑt/
Handvat bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- deel van een voorwerp dat bedoeld is om het verplaatsen, optillen of anderszins hanteren ervan gemakkelijker te maken
- geschikt onderdeel om een geheel te kunnen beheersen of als vertrekpunt voor een actie die op een geheel betrekking heeft figuratively
- praktische inleiding figuratively
- mannelijk geslachtsdeel slang
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| handvaatje | verkleinwoord |
| handvaatjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| handvaten | enkelvoud |
| handvatje | verkleinwoord |
| handvatjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| handvatten | enkelvoud |
Herkomst
samenstelling van hand en vat **[1]-[4] "vat" in de betekenis "greep" **[5] "vat" in de betekenis "bewaarplaats voor vloeistof"
Woordfamilie van handvat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handvaatje | verkleinwoord | handvat |
| handvaatjes | verkleinwoord | handvat |
| handvaten | enkelvoud | handvat |
| handvatje | verkleinwoord | handvat |
| handvatjes | verkleinwoord | handvat |
| handvatten | enkelvoud | handvat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handvat zijn vastgelegd.