fietsendrager
zelfstandig naamwoordBetekenis
- apparaat dat het mogelijk maakt fietsen mee te nemen met de auto
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fietsendragers | meervoud |
| fietsendragertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fietsendragertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van fiets en drager met het invoegsel -en-
Woordfamilie van fietsendrager
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fietsendragers | meervoud | fietsendrager |
| fietsendragertje | verkleinwoord | fietsendrager |
| fietsendragertjes | verkleinwoord meervoud | fietsendrager |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fietsendrager zijn vastgelegd.