kettingkast
zelfstandig naamwoord ˈkɛtɪŋˌkɑstBetekenis
- een metalen, linnen of plastic hoes om een fietsketting die ook de kettingwielen omvat, bedoeld om de ketting en de kleding van de fietser te beschermen
Hoe spreek je kettingkast uit?
/ˈkɛtɪŋˌkɑst/
Kettingkast bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- metalen, linnen of plastic hoes om een fietsketting die ook de kettingwielen omvat, bedoeld om de ketting en de kleding van de fietser te beschermen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kettingkasten | meervoud |
| kettingkastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kettingkastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ketting en kast
Woordfamilie van kettingkast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kettingkasten | meervoud | kettingkast |
| kettingkastje | verkleinwoord | kettingkast |
| kettingkastjes | verkleinwoord meervoud | kettingkast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kettingkast zijn vastgelegd.