fietsenhandelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand of een bedrijf dat fietsen en fietsaccessoires in- en verkoopt
- rijwielhandelaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fietsenhandelaars | meervoud |
| fietsenhandelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fietsenhandelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| fietsenhandelaren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van fiets en handelaar met het invoegsel -en-
Woordfamilie van fietsenhandelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fietsenhandelaars | meervoud | fietsenhandelaar |
| fietsenhandelaartje | verkleinwoord | fietsenhandelaar |
| fietsenhandelaartjes | verkleinwoord meervoud | fietsenhandelaar |
| fietsenhandelaren | meervoud | fietsenhandelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fietsenhandelaar zijn vastgelegd.