familiariteit
zelfstandig naamwoord familijari'tɛɪtBetekenis
- ongedwongen omgang
- uiting van (te) grote vertrouwelijkheid
Hoe spreek je familiariteit uit?
/familijariˈtɛit/
Familiariteit bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de zesde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| a | maan |
| m | maan |
| i | riet |
| l | land |
| j | ja |
| r | rood |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| familiariteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘te grote vertrouwelijkheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1567
Woordfamilie van familiariteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| familiariteiten | meervoud | familiariteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van familiariteit zijn vastgelegd.