derailleren
werkwoordBetekenis
- ontsporen
- van de wijs raken
Vervoeging van derailleren
deraillerenhele werkwoord — derailleerdeverleden tijd enkelvoud — derailleerdenverleden tijd meervoud — gederailleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | derailleer | derailleerde |
| jij | derailleert | derailleerde |
| hij, zij, het | derailleert | derailleerde |
| wij | derailleren | derailleerden |
| jullie | derailleren | derailleerden |
| zij | derailleren | derailleerden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gederailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gederailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| derailleer | gebiedende wijs |
| derailleerde | verleden tijd |
| deraillere | aanvoegende wijs |
| deraillerend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gederailleerd | verleden tijd, deelwoord |
| gederailleerd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gederailleerd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gederailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gederailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te derailleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gederailleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen derailleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gederailleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gederailleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gederailleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gederailleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gederailleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gederailleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gederailleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gederailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gederailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gederailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gederailleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gederailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gederailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gederailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gederailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gederailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gederailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gederailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gederailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gederailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gederailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gederailleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen derailleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gederailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gederailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gederailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult derailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gederailleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ontsporen’ voor het eerst aangetroffen in 1896
Woordfamilie van derailleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| derailleer | gebiedende wijs | derailleren |
| derailleerde | verleden tijd | derailleren |
| derailleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | derailleren |
| derailleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | derailleren |
| deraillere | aanvoegende wijs | derailleren |
| deraillerend | onvoltooid deelwoord | derailleren |
| deraillerende | woordvorm | derailleren |
| gederailleerd | voltooid deelwoord | derailleren |
| gederailleerde | woordvorm | derailleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van derailleren zijn vastgelegd.