synchroniciteit
zelfstandig naamwoord sɪŋˌxronisiˈtɛitBetekenis
- het samenvallen in de tijd van twee of meer niet causaal op elkaar betrekking hebbende gebeurtenissen maar in een voor de betrokkene zinvol verband waardoor gauw de conclusie van oorzakelijkheid wordt getrokken
Hoe spreek je synchroniciteit uit?
/sɪŋˌxronisiˈtɛit/
Synchroniciteit bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| r | rood |
| o | boot |
| n | nek |
| i | riet |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- overeenkomstige handelingen of ervaringen op hetzelfde moment
- Bij Carl Gustav Jung het samenvallen in de tijd van twee of meer niet causaal op elkaar betrekking hebbende gebeurtenissen, die voor de betrokkene toch als betekenisvol worden ervaren.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| synchroniciteiten | meervoud |
Herkomst
[1] van Engels synchronicity
Woordfamilie van synchroniciteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| synchroniciteiten | meervoud | synchroniciteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van synchroniciteit zijn vastgelegd.