studietijd
zelfstandig naamwoord ˈstydiˌtɛitBetekenis
- de tijd in iemands leven dat men studeert
- de tijd die een normstudent nodig heeft voor een opleidingsprogramma of deel daar van
Hoe spreek je studietijd uit?
/ˈstydiˌtɛit/
Studietijd bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| y | fuut |
| d | dak |
| i | riet |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| studietijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van studie en tijd
Woordfamilie van studietijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| studietijden | meervoud | studietijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van studietijd zijn vastgelegd.