ransuil
zelfstandig naamwoord ˈrɑnsœylBetekenis
- uil met lange oorpluimen en ronde ogen die recht naar voren staan
Hoe spreek je ransuil uit?
/ˈrɑnsœyl/
Ransuil bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
| œy | huis |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort vogel, Asio otus, met lange oorpluimen en ronde ogen die recht naar voren staan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ransuilen | meervoud |
| ransuiltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ransuiltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands ransule, in de betekenis van ‘uilachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1488
Woordfamilie van ransuil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ransuilen | meervoud | ransuil |
| ransuiltje | verkleinwoord | ransuil |
| ransuiltjes | verkleinwoord meervoud | ransuil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ransuil zijn vastgelegd.