pikken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpɪkə(n)Betekenis
- iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
- iets nemen, ontnemen
- dulden, accepteren
- (met de snavel) prikken
Hoe spreek je pikken uit?
/ˈpɪkən/
Pikken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- prikken transitive
Vervoeging van pikken
pikkenhele werkwoord — pikteverleden tijd enkelvoud — piktenverleden tijd meervoud — gepiktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pik | pikte |
| jij | pikt | pikte |
| hij, zij, het | pikt | pikte |
| wij | pikken | pikten |
| jullie | pikken | pikten |
| zij | pikken | pikten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepikt | verleden tijd, deelwoord |
| gepikt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepikt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepikt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepikt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepikt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepikt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepikt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepikt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pik | gebiedende wijs |
| pikke | aanvoegende wijs |
| pikkend | onvoltooid, deelwoord |
| pikte | verleden tijd |
| te hebben gepikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pikken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal pikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou pikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden pikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt pikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen pikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult pikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord pik
Herkomst
In de betekenis van ‘stelen’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van pikken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepikt | voltooid deelwoord | pikken |
| gepikte | woordvorm | pikken |
| pikke | aanvoegende wijs | pikken |
| pikkend | onvoltooid deelwoord | pikken |
| pikkende | woordvorm | pikken |
| pikt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pikken |
| pikte | verleden tijd | pikken |
| pikten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pikken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pikken zijn vastgelegd.