Naar de inhoud

pikken

iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen

pikken is meer dan één woord

pikken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpɪkə(n)

Betekenis

  1. iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
  2. iets nemen, ontnemen
  3. dulden, accepteren
  4. (met de snavel) prikken

Hoe spreek je pikken uit?

/ˈpɪkən/

Pikken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpɪkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
ɪ pit
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. prikken transitive

Vervoeging van pikken

pikkenhele werkwoord — pikteverleden tijd enkelvoud — piktenverleden tijd meervoud — gepiktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pik pikte
jij pikt pikte
hij, zij, het pikt pikte
wij pikken pikten
jullie pikken pikten
zij pikken pikten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepikt verleden tijd, deelwoord
gepikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pik gebiedende wijs
pikke aanvoegende wijs
pikkend onvoltooid, deelwoord
pikte verleden tijd
te hebben gepikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord pik

Herkomst

In de betekenis van ‘stelen’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Woordfamilie van pikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepikt voltooid deelwoord pikken
gepikte woordvorm pikken
pikke aanvoegende wijs pikken
pikkend onvoltooid deelwoord pikken
pikkende woordvorm pikken
pikt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pikken
pikte verleden tijd pikken
pikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pikken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over pikken

Hoe spreek ik pikken uit?
Zo spreek je pikken uit: /ˈpɪkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van pikken?
Pikken is een werkwoord. De betekenis is: iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik pikken?
Zo vervoeg je pikken zo: de tegenwoordige tijd is pik, de verleden tijd is pikte en het voltooid deelwoord is gepikt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op pikken?

In dit woordenboek rijmen 23 woorden op -ikken op pikken, zoals prikken, verstikken en beschikken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op pikken, uitspraak ˈpɪkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
prikken 2
verstikken 3
beschikken 3
slikken 2
schrikken 2
knikken 2
tikken 2
stikken 2
verslikken 3
likken 2
blikken 2
snikken 2
mikken 2
wrikken 2
verklikken 3
hikken 2
strikken 2
belikken 3
boomleeuweriken 5
fikken 2
lamszwezeriken 5
literblikken 4
onbeleefderiken 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pikken is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. I 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pikken levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. I 2
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pikken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

pikken in het kort

pikken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van pikken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort pikken bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

pikken: iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
Deel pikken — standaardnederlands.nl