verklikken
werkwoord /vərˈklɪkə(n)/Betekenis
- een informatie overbrengen
- heimelijk informatie doorgeven
- iets van iemand aan iemand anders vertellen
Hoe spreek je verklikken uit?
/vərˈklɪkən/
Verklikken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| k | kat |
| l | land |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verklikken
verklikkenhele werkwoord — verklikteverleden tijd enkelvoud — verkliktenverleden tijd meervoud — verkliktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verklik | verklikte |
| jij | verklikt | verklikte |
| hij, zij, het | verklikt | verklikte |
| wij | verklikken | verklikten |
| jullie | verklikken | verklikten |
| zij | verklikken | verklikten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verklikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verklikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verklikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verklikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verklikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verklikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verklikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verklikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verklikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verklikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verklikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verklikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verklikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verklikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verklikken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verklikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verklik | gebiedende wijs |
| verklikke | aanvoegende wijs |
| verklikkend | onvoltooid, deelwoord |
| verklikt | verleden tijd, deelwoord |
| verklikt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verklikt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verklikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verklikt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verklikt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verklikt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verklikt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verklikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verklikt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verklikt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verklikte | verleden tijd |
| waart verklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verklikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verklikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verklikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verklikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verklikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verklikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verklikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verklikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verklikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verklikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verklikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verklikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verklikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verklikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verklikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verklikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verklikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verklikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verklikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verklikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verklikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verklikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verklikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verklikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verklikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afleiding van klikken met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verklikken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verklik | gebiedende wijs | verklikken |
| verklikke | aanvoegende wijs | verklikken |
| verklikkend | onvoltooid deelwoord | verklikken |
| verklikkende | woordvorm | verklikken |
| verklikt | voltooid deelwoord | verklikken |
| verklikte | verleden tijd | verklikken |
| verklikten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verklikken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verklikken zijn vastgelegd.