likken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈlɪkə(n)Betekenis
- met de tong aanraken
- glad maken en glanzend polijsten
Hoe spreek je likken uit?
/ˈlɪkən/
Likken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van likken
likkenhele werkwoord — likteverleden tijd enkelvoud — liktenverleden tijd meervoud — geliktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lik | likte |
| jij | likt | likte |
| hij, zij, het | likt | likte |
| wij | likken | likten |
| jullie | likken | likten |
| zij | likken | likten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelikt | verleden tijd, deelwoord |
| gelikt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelikt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelikt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelikt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelikt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelikt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelikt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelikt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lik | gebiedende wijs |
| likke | aanvoegende wijs |
| likkend | onvoltooid, deelwoord |
| likte | verleden tijd |
| te hebben gelikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te likken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen likken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal likken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal likken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal likken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou likken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou likken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou likken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden likken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden likken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden likken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt likken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen likken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen likken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen likken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen likken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult likken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lik
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands lecken van Oudnederlands lekken, in de betekenis van ‘met de tong over iets heen gaan’ aangetroffen vanaf 901
Woordfamilie van likken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| likke | aanvoegende wijs | likken |
| likkend | onvoltooid deelwoord | likken |
| likkende | woordvorm | likken |
| likt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | likken |
| likte | verleden tijd | likken |
| likten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | likken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van likken zijn vastgelegd.