stikken
werkwoord ˈstɪkə(n)Betekenis
- om het leven komen door zuurstofgebrek in de hersenen
- een stuk stof middels een aantal vrij losse steken op zijn plaats houden
Hoe spreek je stikken uit?
/ˈstɪkən/
Stikken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van stikken
stikkenhele werkwoord — stikteverleden tijd enkelvoud — stiktenverleden tijd meervoud — gestiktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stik | stikte |
| jij | stikt | stikte |
| hij, zij, het | stikt | stikte |
| wij | stikken | stikten |
| jullie | stikken | stikten |
| zij | stikken | stikten |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben gestikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gestikt | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gestikt | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gestikt | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gestikt | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gestikt worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gestikt zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gestikt worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gestikt zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestikt | verleden tijd, deelwoord |
| gestikt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestikt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestikt te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestikt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestikt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestikt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestikt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestikt zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestikt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestikt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gestikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is gestikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stik | gebiedende wijs |
| stikke | aanvoegende wijs |
| stikkend | onvoltooid, deelwoord |
| stikte | verleden tijd |
| te hebben/zijn gestikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te stikken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gestikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gestikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gestikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gestikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gestikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gestikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gestikt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gestikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gestikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gestikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gestikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gestikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gestikt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gestikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gestikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestikt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestikt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestikt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestikt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestikt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘smoren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Woordfamilie van stikken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stikke | aanvoegende wijs | stikken |
| stikkend | onvoltooid deelwoord | stikken |
| stikkende | woordvorm | stikken |
| stikt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stikken |
| stikte | verleden tijd | stikken |
| stikten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stikken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stikken zijn vastgelegd.