tolereren
werkwoordBetekenis
- toelaten en dulden
Vervoeging van tolereren
tolererenhele werkwoord — tolereerdeverleden tijd enkelvoud — tolereerdenverleden tijd meervoud — getolereerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tolereer | tolereerde |
| jij | tolereert | tolereerde |
| hij, zij, het | tolereert | tolereerde |
| wij | tolereren | tolereerden |
| jullie | tolereren | tolereerden |
| zij | tolereren | tolereerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is getolereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getolereerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getolereerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getolereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getolereerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getolereerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getolereerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getolereerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getolereerd | verleden tijd, deelwoord |
| getolereerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getolereerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getolereerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getolereerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getolereerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getolereerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getolereerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getolereerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getolereerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getolereerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getolereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getolereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getolereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getolereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getolereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getolereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getolereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getolereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getolereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tolereren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tolereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tolereer | gebiedende wijs |
| tolereerde | verleden tijd |
| tolerere | aanvoegende wijs |
| tolererend | onvoltooid, deelwoord |
| waart getolereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getolereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren getolereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getolereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getolereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was getolereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was getolereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt getolereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal getolereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getolereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getolereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getolereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getolereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt getolereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou getolereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getolereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getolereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getolereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getolereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getolereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getolereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getolereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getolereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getolereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getolereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getolereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getolereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getolereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getolereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getolereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getolereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getolereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getolereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getolereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tolereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getolereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getolereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getolereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tolereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘dulden’ voor het eerst aangetroffen in 1904
Woordfamilie van tolereren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getolereerd | voltooid deelwoord | tolereren |
| getolereerde | woordvorm | tolereren |
| tolereer | gebiedende wijs | tolereren |
| tolereerde | verleden tijd | tolereren |
| tolereerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tolereren |
| tolereert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tolereren |
| tolerere | aanvoegende wijs | tolereren |
| tolererend | onvoltooid deelwoord | tolereren |
| tolererende | woordvorm | tolereren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tolereren zijn vastgelegd.