steken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstekə(n)Betekenis
- doorboren, prikken
- in brand ~: doen ontvlammen
Hoe spreek je steken uit?
/ˈstekən/
Steken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- ~ in: investeren
- iets ergens in doen
- pijn doen/veroorzaken
Vervoeging van steken
stekenhele werkwoord — stakverleden tijd enkelvoud — stakenverleden tijd meervoud — gestokenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | steek | stak |
| jij | steekt | staakt |
| hij, zij, het | steekt | stak |
| wij | steken | staken |
| jullie | steken | staken |
| zij | steken | staken |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gestoken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gestoken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gestoken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gestoken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gestoken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gestoken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gestoken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gestoken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestoken | verleden tijd, deelwoord |
| gestoken te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestoken te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestoken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestoken te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestoken te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestoken worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestoken zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestoken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestoken zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestoken zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stak | verleden tijd |
| steek | gebiedende wijs |
| steke | aanvoegende wijs |
| stekend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gestoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te steken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen steken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gestoken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gestoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gestoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gestoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gestoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gestoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gestoken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gestoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal steken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal steken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal steken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou steken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou steken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou steken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden steken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden steken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden steken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt steken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen steken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen steken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen steken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen steken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestoken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult steken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord steek
Herkomst
In de betekenis van ‘prikken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236
Woordfamilie van steken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestoken | voltooid deelwoord | steken |
| stak | verleden tijd | steken |
| steekt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | steken |
| steke | aanvoegende wijs | steken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steken zijn vastgelegd.