Naar de inhoud

steken

doorboren, prikken

steken is meer dan één woord

steken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstekə(n)

Betekenis

  1. doorboren, prikken
  2. in brand ~: doen ontvlammen

Hoe spreek je steken uit?

/ˈstekən/

Steken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈstekən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
t tak
e veel
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. ~ in: investeren
  2. iets ergens in doen
  3. pijn doen/veroorzaken

Vervoeging van steken

stekenhele werkwoord — stakverleden tijd enkelvoud — stakenverleden tijd meervoud — gestokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik steek stak
jij steekt staakt
hij, zij, het steekt stak
wij steken staken
jullie steken staken
zij steken staken
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestoken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestoken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestoken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestoken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestoken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestoken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestoken verleden tijd, deelwoord
gestoken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestoken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestoken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestoken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestoken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestoken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestoken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestoken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestoken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestoken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stak verleden tijd
steek gebiedende wijs
steke aanvoegende wijs
stekend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te steken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen steken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestoken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal steken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal steken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal steken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou steken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou steken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou steken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden steken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden steken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden steken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt steken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestoken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestoken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen steken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen steken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen steken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen steken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestoken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult steken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord steek

Herkomst

In de betekenis van ‘prikken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236

Woordfamilie van steken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestoken voltooid deelwoord steken
stak verleden tijd steken
steekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon steken
steke aanvoegende wijs steken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over steken

Hoe spreek je steken uit?
De uitspraak van steken is: /ˈstekə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent steken?
Steken is een werkwoord. Het woord betekent: doorboren, prikken. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je steken?
Je vervoegt steken als volgt: de tegenwoordige tijd is steek, de verleden tijd is stak en het voltooid deelwoord is gestoken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op steken?

Steken rijmt op 43 woorden op -eken; deken, uitroepteken en spreken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op steken, uitspraak ˈstekən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
deken 2
uitroepteken 4
spreken 2
tegenspreken 4
bespreken 3
teken 2
ontsteken 3
weken 2
kweken 2
aanhalingsteken 5
oversteken 4
letterteken 4
onderbreken 4
verbleken 3
eken 2
openbreken 4
kaïnsteken 3
ereteken 4
shaken 2
wonderteken 4
aangekeken 4
aangestreken 4
azteken 3
bekeken 3
exclamatieteken 6
gekeken 3
hagepreken 4
hielingsteken 4
infotheken 4
jezuïetenstreken 6
keken 2
klemtoonteken 4
onderstrepingsteken 6
oneindigheidsteken 6
ongelijkheidsteken 6
passieweken 4
pornotheken 4
proefwerkweken 5
reisapotheken 5
reken 2
Nog 3 rijmwoorden
spelotheken 4
vaatjesteken 4
veertigurenweken 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord steken is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. E 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

steken levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. E 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

steken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

steken in het kort

steken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van steken zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort steken bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

steken: doorboren, prikken
Deel steken — standaardnederlands.nl