tikken
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈtɪkə(n)/Betekenis
- een of meer keren een niet harde slag of klap geven
- het regelmatige, korte maar energieke geluid van zo'n slag of klap
- typen
Hoe spreek je tikken uit?
/ˈtɪkən/
Tikken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- iets afvinken, iets gebruiken, iets tellen informal
Vervoeging van tikken
tikkenhele werkwoord — tikteverleden tijd enkelvoud — tiktenverleden tijd meervoud — getiktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tik | tikte |
| jij | tikt | tikte |
| hij, zij, het | tikt | tikte |
| wij | tikken | tikten |
| jullie | tikken | tikten |
| zij | tikken | tikten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getikt | verleden tijd, deelwoord |
| getikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tikken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tik | gebiedende wijs |
| tikke | aanvoegende wijs |
| tikkend | onvoltooid, deelwoord |
| tikte | verleden tijd |
| zal getikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord tik
Herkomst
In de betekenis van ‘kloppen’ voor het eerst aangetroffen in 1622
Woordfamilie van tikken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tikke | aanvoegende wijs | tikken |
| tikt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tikken |
| tikte | verleden tijd | tikken |
| tikten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tikken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tikken zijn vastgelegd.