Naar de inhoud

mikken

richten op een doel

mikken is meer dan één woord

mikken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈmɪkə(n)

Betekenis

  1. richten op een doel
  2. gericht werpen

Hoe spreek je mikken uit?

/ˈmɪkən/

Mikken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmɪkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ɪ pit
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. het begin van een beweging maken unergative

Vervoeging van mikken

mikkenhele werkwoord — mikteverleden tijd enkelvoud — miktenverleden tijd meervoud — gemiktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mik mikte
jij mikt mikte
hij, zij, het mikt mikte
wij mikken mikten
jullie mikken mikten
zij mikken mikten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gemikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemikt verleden tijd, deelwoord
gemikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mik gebiedende wijs
mikke aanvoegende wijs
mikkend onvoltooid, deelwoord
mikte verleden tijd
te hebben gemikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te mikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen mikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gemikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gemikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gemikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gemikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gemikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gemikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gemikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gemikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gemikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gemikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gemikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gemikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gemikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gemikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gemikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gemikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gemikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gemikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gemikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gemikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal mikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal mikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal mikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gemikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gemikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou mikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou mikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou mikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden mikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden mikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden mikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt mikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen mikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen mikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen mikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen mikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult mikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord mik

Herkomst

van Middelnederlands micken ww "turen", vergelijk Middelnederduits micken, in de betekenis van ‘richten’ aangetroffen vanaf 1597

Woordfamilie van mikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemikt voltooid deelwoord mikken
gemikte woordvorm mikken
mikke aanvoegende wijs mikken
mikkend onvoltooid deelwoord mikken
mikkende woordvorm mikken
mikt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon mikken
mikte verleden tijd mikken
mikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon mikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mikken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over mikken

Hoe spreek ik mikken uit?
Zo spreek je mikken uit: /ˈmɪkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van mikken?
Mikken is een werkwoord. De betekenis is: richten op een doel. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik mikken?
Zo vervoeg je mikken zo: de tegenwoordige tijd is mik, de verleden tijd is mikte en het voltooid deelwoord is gemikt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op mikken?

Op mikken rijmen 23 woorden, onder andere prikken, verstikken en beschikken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op mikken, uitspraak ˈmɪkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
prikken 2
verstikken 3
beschikken 3
slikken 2
schrikken 2
knikken 2
tikken 2
pikken 2
stikken 2
verslikken 3
likken 2
blikken 2
snikken 2
wrikken 2
verklikken 3
hikken 2
strikken 2
belikken 3
boomleeuweriken 5
fikken 2
lamszwezeriken 5
literblikken 4
onbeleefderiken 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord mikken is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

mikken levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

mikken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

mikken in het kort

mikken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van mikken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort mikken bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

mikken: richten op een doel
Deel mikken — standaardnederlands.nl