Naar de inhoud

verslikken

zich ~: per ongeluk voedsel of drank in de luchtpijp in plaats van de slokdarm laten glijden

verslikken

werkwoord vərˈslɪkə(n)

Betekenis

  1. zich ~: per ongeluk voedsel of drank in de luchtpijp in plaats van de slokdarm laten glijden

Hoe spreek je verslikken uit?

/vərˈslɪkən/

Verslikken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈslɪkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
s sok
l land
ɪ pit
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. ~ in: zich verkijken op iets

Vervoeging van verslikken

verslikkenhele werkwoord — verslikteverleden tijd enkelvoud — versliktenverleden tijd meervoud — versliktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verslik verslikte
jij verslikt verslikte
hij, zij, het verslikt verslikte
wij verslikken verslikten
jullie verslikken verslikten
zij verslikken verslikten
Alle 89 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had verslikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verslikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verslikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verslikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verslikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verslikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verslikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verslikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verslikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verslikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verslikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verslikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verslikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verslikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verslik gebiedende wijs
verslik me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verslik u/je , verslikt je gebiedende wijs
verslikke aanvoegende wijs
verslikke zich aanvoegende wijs
verslikken je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verslikken ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verslikken zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verslikkend onvoltooid, deelwoord
verslikt verleden tijd, deelwoord
verslikt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verslikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verslikt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verslikt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verslikt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verslikt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verslikt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verslikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verslikte verleden tijd
verslikte je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verslikte me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verslikte u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verslikte u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verslikte zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verslikte zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verslikte zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verslikten je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verslikten ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verslikten zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
zal me verslikken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verslikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verslikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verslikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verslikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verslikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verslikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich verslikken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verslikken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verslikkend onvoltooid, deelwoord
zich verslikt hebben verleden tijd
zou verslikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verslikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verslikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verslikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verslikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verslikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verslikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verslikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je verslikken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verslikken eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verslikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verslikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verslikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verslikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verslikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verslikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verslikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zich verslikken derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult u verslikken tweede persoon
zult u verslikken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult verslikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verslikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zich/u verslikken tweede persoon
zult zich/u verslikken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Herkomst

Afgeleid van slikken met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verslikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verslik gebiedende wijs verslikken
verslikke aanvoegende wijs verslikken
verslikkend onvoltooid deelwoord verslikken
verslikkende woordvorm verslikken
verslikt voltooid deelwoord verslikken
verslikte verleden tijd verslikken
verslikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verslikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verslikken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verslikken

Hoe spreek ik verslikken uit?
Zo spreek je verslikken uit: /vərˈslɪkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verslikken?
Verslikken is een werkwoord. De betekenis is: zich ~: per ongeluk voedsel of drank in de luchtpijp in plaats van de slokdarm laten glijden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verslikken?
Zo vervoeg je verslikken zo: de tegenwoordige tijd is verslik, de verleden tijd is verslikte en het voltooid deelwoord is verslikt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verslikken?

Verslikken rijmt op 23 woorden op -ikken; prikken, verstikken en beschikken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verslikken, uitspraak vərˈslɪkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
prikken 2
verstikken 3
beschikken 3
slikken 2
schrikken 2
knikken 2
tikken 2
pikken 2
stikken 2
likken 2
blikken 2
snikken 2
mikken 2
wrikken 2
verklikken 3
hikken 2
strikken 2
belikken 3
boomleeuweriken 5
fikken 2
lamszwezeriken 5
literblikken 4
onbeleefderiken 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verslikken is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. I 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verslikken levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. L 3
  6. I 2
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verslikken in het kort

verslikken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verslikken staan er 59 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verslikken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verslikken: zich ~: per ongeluk voedsel of drank in de luchtpijp in plaats van de slokdarm laten glijden
Deel verslikken — standaardnederlands.nl