strikken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstrɪkə(n)Betekenis
- (van een stropdas, schoenveters of een lint) met een sierlijke knoop vastmaken
- vangen van een dier in met een lus die het dier door zijn bewegingen strak aantrekt
- iemand bereid vinden om iets te doen
Hoe spreek je strikken uit?
/ˈstrɪkən/
Strikken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- met een sierlijke knoop vastmaken transitive
Vervoeging van strikken
strikkenhele werkwoord — strikteverleden tijd enkelvoud — striktenverleden tijd meervoud — gestriktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | strik | strikte |
| jij | strikt | strikte |
| hij, zij, het | strikt | strikte |
| wij | strikken | strikten |
| jullie | strikken | strikten |
| zij | strikken | strikten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gestrikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gestrikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gestrikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gestrikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gestrikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gestrikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gestrikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gestrikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestrikt | verleden tijd, deelwoord |
| gestrikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestrikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestrikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestrikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestrikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestrikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestrikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestrikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestrikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestrikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestrikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestrikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestrikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestrikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestrikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestrikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestrikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| strik | gebiedende wijs |
| strikke | aanvoegende wijs |
| strikkend | onvoltooid, deelwoord |
| strikte | verleden tijd |
| te hebben gestrikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te strikken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen strikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gestrikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestrikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestrikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal strikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal strikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal strikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gestrikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestrikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestrikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou strikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou strikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou strikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestrikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestrikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestrikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden strikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden strikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden strikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestrikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt strikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestrikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestrikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestrikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen strikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen strikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen strikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen strikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestrikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult strikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord strik
Woordfamilie van strikken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestrikt | voltooid deelwoord | strikken |
| gestrikte | woordvorm | strikken |
| strikke | aanvoegende wijs | strikken |
| strikkend | onvoltooid deelwoord | strikken |
| strikkende | woordvorm | strikken |
| strikten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | strikken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strikken zijn vastgelegd.