Naar de inhoud

strikken

(van een stropdas, schoenveters of een lint) met een sierlijke knoop vastmaken

strikken is meer dan één woord

strikken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstrɪkə(n)

Betekenis

  1. (van een stropdas, schoenveters of een lint) met een sierlijke knoop vastmaken
  2. vangen van een dier in met een lus die het dier door zijn bewegingen strak aantrekt
  3. iemand bereid vinden om iets te doen

Hoe spreek je strikken uit?

/ˈstrɪkən/

Strikken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈstrɪkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
t tak
r rood
ɪ pit
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. met een sierlijke knoop vastmaken transitive

Vervoeging van strikken

strikkenhele werkwoord — strikteverleden tijd enkelvoud — striktenverleden tijd meervoud — gestriktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik strik strikte
jij strikt strikte
hij, zij, het strikt strikte
wij strikken strikten
jullie strikken strikten
zij strikken strikten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gestrikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestrikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestrikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestrikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestrikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestrikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestrikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestrikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestrikt verleden tijd, deelwoord
gestrikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestrikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestrikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestrikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestrikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestrikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestrikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestrikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestrikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestrikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestrikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestrikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestrikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
strik gebiedende wijs
strikke aanvoegende wijs
strikkend onvoltooid, deelwoord
strikte verleden tijd
te hebben gestrikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te strikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen strikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gestrikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestrikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestrikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal strikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal strikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal strikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gestrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou strikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou strikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou strikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden strikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden strikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden strikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestrikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt strikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestrikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestrikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestrikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen strikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen strikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen strikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen strikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestrikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult strikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord strik

Woordfamilie van strikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestrikt voltooid deelwoord strikken
gestrikte woordvorm strikken
strikke aanvoegende wijs strikken
strikkend onvoltooid deelwoord strikken
strikkende woordvorm strikken
strikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon strikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strikken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over strikken

Hoe spreek je strikken uit?
De uitspraak van strikken is: /ˈstrɪkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent strikken?
Strikken is een werkwoord. Het woord betekent: (van een stropdas, schoenveters of een lint) met een sierlijke knoop vastmaken. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je strikken?
Je vervoegt strikken als volgt: de tegenwoordige tijd is strik, de verleden tijd is strikte en het voltooid deelwoord is gestrikt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op strikken?

Strikken rijmt op 23 woorden op -ikken; prikken, verstikken en beschikken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op strikken, uitspraak ˈstrɪkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
prikken 2
verstikken 3
beschikken 3
slikken 2
schrikken 2
knikken 2
tikken 2
pikken 2
stikken 2
verslikken 3
likken 2
blikken 2
snikken 2
mikken 2
wrikken 2
verklikken 3
hikken 2
belikken 3
boomleeuweriken 5
fikken 2
lamszwezeriken 5
literblikken 4
onbeleefderiken 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord strikken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. R 2
  4. I 1
  5. K 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

strikken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. R 2
  4. I 2
  5. K 3
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

strikken in het kort

strikken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van strikken zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort strikken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

strikken: (van een stropdas, schoenveters of een lint) met een sierlijke knoop vastmaken
Deel strikken — standaardnederlands.nl