persoonsvorm
zelfstandig naamwoord /pɛrˈsoːnsˌfɔrm/Betekenis
- De persoonsvorm (verbum finitum) is in de redekundige ontleding een vorm van het werkwoord die in persoon en getal (enkelvoud vs. meervoud) met het onderwerp overeenstemt en in een andere tijd kan worden overgebracht.
Hoe spreek je persoonsvorm uit?
/pɛrˈsonsˌfɔrm/
Persoonsvorm bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
| o | boot |
| n | nek |
| f | fiets |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- vervoegde werkwoordsvorm die in persoon en getal (enkelvoud vs. meervoud) met het onderwerp overeenstemt en in een andere tijd kan worden overgebracht.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| persoonsvormen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van persoon en vorm met het invoegsel -s-
Woordfamilie van persoonsvorm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| persoonsvormen | meervoud | persoonsvorm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van persoonsvorm zijn vastgelegd.