openingsplechtigheid
zelfstandig naamwoord ˈopənɪŋsˌplɛxtəxˌhɛitBetekenis
- plechtigheid bij gelegenheid van een opening
Hoe spreek je openingsplechtigheid uit?
/ˈopənɪŋsˌplɛxtəxˌhɛit/
Openingsplechtigheid bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| l | land |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| t | tak |
| h | hoed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- ceremonie wanneer een evenement begint of wanneer iets dat met veel werk tot stand is gekomen, in gebruik wordt genomen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| openingsplechtigheden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van opening zn en plechtigheid zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van openingsplechtigheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| openingsplechtigheden | meervoud | openingsplechtigheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openingsplechtigheid zijn vastgelegd.