nuchterheid
zelfstandig naamwoord ˈnʏxtərˌhɛitBetekenis
- in een staat zijn van nog niet gegeten hebbend
- geen alcohol gedronken hebbend
- rustig en bedaard zijnd
- onvatbaar zijn voor allerlei emotionele stemmingen, ongevoeligheid
Hoe spreek je nuchterheid uit?
/ˈnʏxtərˌhɛit/
Nuchterheid bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ʏ | put |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nuchterheden | meervoud |
Herkomst
afleiding van nuchter met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van nuchterheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nuchterheden | meervoud | nuchterheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nuchterheid zijn vastgelegd.