moraliteit
zelfstandig naamwoord ˌmoraliˈtɛitBetekenis
- de leer van de gewoontes en deugden
Hoe spreek je moraliteit uit?
/ˌmoraliˈtɛit/
Moraliteit bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| o | boot |
| r | rood |
| a | maan |
| l | land |
| i | riet |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- leer van de gewoontes en deugden
- overeenstemming van gedrag met de geldende gewoontes en deugden
- in de middeleeuwen populair soort toneelstuk met een sterke morele strekking, waarin deugden en ondeugden als personen worden voorgesteld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| moraliteiten | meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands moraliteit van Frans moralité, op te vatten als afgeleid van moraal zn met het achtervoegsel -iteit
Woordfamilie van moraliteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| moraliteiten | meervoud | moraliteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moraliteit zijn vastgelegd.