galjoot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een platbodemvaartuig met zijzwaarden, voor de koopvaardij
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| galjoten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van galjoot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| galjoten | meervoud | galjoot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van galjoot zijn vastgelegd.