Naar de inhoud

vallen

vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen

vallen is meer dan één woord

vallen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvɑlə(n)

Betekenis

  1. vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen
  2. vrijelijk neerhangen
  3. ondanks verzet in vijandelijke handen komen
  4. sterven in de strijd
  5. ~ te: drukt een mogelijkheid uit
  6. ~ + meewerkend voorwerp op een bepaalde manier ervaren worden

Hoe spreek je vallen uit?

/ˈvɑlən/

Vallen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvɑlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ɑ bad
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van vallen

vallenhele werkwoord — vielverleden tijd enkelvoud — vielenverleden tijd meervoud — gevallenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik val viel
jij valt viel
hij, zij, het valt viel
wij vallen vielen
jullie vallen vielen
zij vallen vielen
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
gevallen verleden tijd, deelwoord
gevallen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevallen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te vallen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
val gebiedende wijs
valle aanvoegende wijs
vallend onvoltooid, deelwoord
viel verleden tijd
waart gevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord val

Herkomst

In de betekenis van ‘omlaaggaan’ voor het eerst aangetroffen in 901

Woordfamilie van vallen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
valle aanvoegende wijs vallen
valt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vallen
viel verleden tijd vallen
vielen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vallen
vielt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon vallen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vallen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over vallen

Hoe spreek ik vallen uit?
Zo spreek je vallen uit: /ˈvɑlə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van vallen?
Vallen is een werkwoord. De betekenis is: vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vallen?
Zo vervoeg je vallen zo: de tegenwoordige tijd is val, de verleden tijd is viel en het voltooid deelwoord is gevallen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vallen?

In dit woordenboek rijmen 31 woorden op -allen op vallen, zoals bevallen, overvallen en lallen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vallen, uitspraak ˈvɑlən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bevallen 3
overvallen 4
lallen 2
knallen 2
gevallen 3
stallen 2
ontvallen 3
vervallen 3
lastigvallen 4
wallen 2
lotgevallen 4
omvallen 3
kallen 2
rallen 2
versmallen 3
aangevallen 4
aankomsthallen 4
allen 2
beachvolleyballen 5
betrouwbaarheidsintervallen 8
busongevallen 5
inkomhallen 4
kwallen 2
overlijdensgevallen 7
pedestallen 4
schapenstallen 4
twijfelgevallen 5
verdrinkingsongevallen 7
watervallen 4
werkloosheidsvallen 6
zestigtallen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vallen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vallen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vallen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

vallen in het kort

vallen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vallen staan er 34 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vallen bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vallen: vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen
Deel vallen — standaardnederlands.nl