Naar de inhoud

verliezen

iets kwijtraken

verliezen is meer dan één woord

verliezen

werkwoord, zelfstandig naamwoord vərˈlizə(n)

Betekenis

  1. iets kwijtraken
  2. niet winnen
  3. iemand verloren hebben: iemand is gestorven
  4. alleen laten, vereenzamen

Hoe spreek je verliezen uit?

/vərˈlizən/

Verliezen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈlizən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
l land
i riet
z zon
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verliezen

verliezenhele werkwoord — verloorverleden tijd enkelvoud — verlorenverleden tijd meervoud — verlorenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verlies verloor
jij verliest verloor
hij, zij, het verliest verloor
wij verliezen verloren
jullie verliezen verloren
zij verliezen verloren
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is verloren impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verloren impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verloren impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verloren impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verloren worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verloren zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verloren worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verloren zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verloren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verloren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verloren voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verloren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verloren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verloren voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verloren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verloren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verloren actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verloren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verloren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verloren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verloren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verloren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verloren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verloren actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verliezen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verliezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlies gebiedende wijs
verlieze aanvoegende wijs
verliezend onvoltooid, deelwoord
verloor verleden tijd
verloren verleden tijd, deelwoord
verloren te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verloren zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
zal verliezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verliezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verliezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verloren hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verloren hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verloren hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou verliezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verliezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verliezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verloren hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verloren hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verloren hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verliezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verliezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verliezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verloren hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verloren hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verloren hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verliezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verloren hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verliezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verliezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verliezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verliezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verloren hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verloren hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verloren hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verliezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verloren hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord verlies

Herkomst

In de betekenis van ‘kwijtraken’ voor het eerst aangetroffen in 1201

Woordfamilie van verliezen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verliest aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verliezen
verlieze aanvoegende wijs verliezen
verloor verleden tijd verliezen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verliezen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verliezen

Hoe spreek je verliezen uit?
De uitspraak van verliezen is: /vərˈlizə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verliezen?
Verliezen is een werkwoord. Het woord betekent: iets kwijtraken. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verliezen?
Je vervoegt verliezen als volgt: de tegenwoordige tijd is verlies, de verleden tijd is verloor en het voltooid deelwoord is verloren. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verliezen?

Er staan 18 woorden in dit woordenboek die op verliezen rijmen, waaronder kiezen, niezen en bevriezen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verliezen, uitspraak vərˈlizən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
kiezen 2
niezen 2
bevriezen 3
vriezen 2
verkiezen 3
biezen 2
smiezen 2
preciezen 3
adervliezen 4
driezen 2
gallemiezen 4
katalysen 4
portegiezen 4
releasen 3
spiezen 2
tijdverliezen 4
verkoopanalysen 6
wrijvingsverliezen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verliezen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. I 1
  6. E 1
  7. Z 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verliezen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. I 2
  6. E 1
  7. Z 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verliezen in het kort

verliezen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verliezen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verliezen bij een woordfamilie van 3 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verliezen: iets kwijtraken
Deel verliezen — standaardnederlands.nl