verliezen
werkwoord, zelfstandig naamwoord vərˈlizə(n)Betekenis
- iets kwijtraken
- niet winnen
- iemand verloren hebben: iemand is gestorven
- alleen laten, vereenzamen
Hoe spreek je verliezen uit?
/vərˈlizən/
Verliezen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| i | riet |
| z | zon |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verliezen
verliezenhele werkwoord — verloorverleden tijd enkelvoud — verlorenverleden tijd meervoud — verlorenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verlies | verloor |
| jij | verliest | verloor |
| hij, zij, het | verliest | verloor |
| wij | verliezen | verloren |
| jullie | verliezen | verloren |
| zij | verliezen | verloren |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is verloren | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verloren | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verloren | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verloren | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verloren worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verloren zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verloren worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verloren zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verloren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verloren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verloren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verloren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verloren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verloren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verloren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verloren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verloren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verloren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verloren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verloren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verloren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verloren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verloren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verloren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verliezen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verliezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verlies | gebiedende wijs |
| verlieze | aanvoegende wijs |
| verliezend | onvoltooid, deelwoord |
| verloor | verleden tijd |
| verloren | verleden tijd, deelwoord |
| verloren te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verloren zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zal verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verloren hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verloren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verloren hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verloren hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verloren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verloren hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verloren hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verloren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verloren hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verloren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verliezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verloren hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verloren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verloren hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verliezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verloren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verlies
Herkomst
In de betekenis van ‘kwijtraken’ voor het eerst aangetroffen in 1201
Woordfamilie van verliezen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verliest | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verliezen |
| verlieze | aanvoegende wijs | verliezen |
| verloor | verleden tijd | verliezen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verliezen zijn vastgelegd.