faculteit
zelfstandig naamwoord fɑkʏl'tɛɪtBetekenis
- elk van de hoofdafdelingen van een universiteit of hogeschool
- het college van hoogleraar|hoogleraren, al dan niet met het personeel en de studenten van een hoofdafdeling van een universiteit of hogeschool
- product van een reeks factoren die telkens met één toenemen met de eerste factor gelijk aan één dus: de faculteit van een natuurlijk getal n, genoteerd als n! (n faculteit), is gedefinieerd als het product van de getallen 1 tot en met n.
- macht, vermogen, bevoegdheid
Hoe spreek je faculteit uit?
/fɑkʏlˈtɛit/
Faculteit bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ʏ | put |
| l | land |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- het college van hoogleraren, al dan niet met het personeel en de studenten van een hoofdafdeling van een universiteit of hogeschool
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| faculteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hoofdafdeling van universiteit’ voor het eerst aangetroffen in 1710
Woordfamilie van faculteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| faculteiten | meervoud | faculteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van faculteit zijn vastgelegd.