diversiteit
zelfstandig naamwoord ˌdivɛrziˈtɛitBetekenis
- verscheidenheid
- de aanwezigheid van mensen met een verschillend achtergrond in etniciteit, geslacht of geaardheid e.d. in een organisatie of op het werk
Hoe spreek je diversiteit uit?
/ˌdivɛrziˈtɛit/
Diversiteit bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| v | vis |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| z | zon |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| diversiteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het (Middel-)Frans divers , vernederlandst met het achtervoegsel -iteit, in de betekenis van ‘verscheidenheid’ voor het eerst aangetroffen in 1460, voor vindplaats zie hieronder
Woordfamilie van diversiteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| diversiteiten | meervoud | diversiteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van diversiteit zijn vastgelegd.